Als neusademhaling beter is, waarom trainen we dan via de mond

Wie zich verdiept in ademhaling hoort het steeds vaker: adem door je neus.

Neusademhaling wordt in verband gebracht met rust, efficiëntie, betere zuurstofopname en een beter gereguleerd zenuwstelsel. Voor veel mensen voelt het zelfs als een soort basisregel voor gezond ademen.

En toch is er iets wat wringt.

Zodra je kijkt naar ademspiertrainers, puffers of andere medische ademapparaten, zie je bijna altijd een mondstuk. Dat roept bij veel mensen twijfel op. Want als neusademhaling zo goed is, waarom stimuleren deze apparaten dan juist mondademhaling? Is dat niet tegenstrijdig?

Het korte antwoord: nee.
Het langere antwoord vraagt om onderscheid tussen hoe we ademen en waarvoor we ademen.

Neusademhaling is vaak beter — maar altijd in context

Laat één ding duidelijk zijn: de populariteit van neusademhaling is niet zomaar een hype. Er zijn goede redenen waarom neusademhaling bij rust en dagelijks functioneren vaak gunstig is.

De neus filtert en bevochtigt de lucht, beïnvloedt de ademfrequentie en speelt een rol in de aanmaak van stikstofoxide (NO), wat de doorbloeding en zuurstofverdeling ondersteunt. Veel mensen ademen via de neus rustiger en dieper, en ervaren meer ontspanning.

Voor slapen, herstel, stressregulatie en lichte tot matige inspanning is neusademhaling voor de meeste mensen dan ook functioneler dan mondademhaling.

Maar "beter" bestaat niet los van het doel. En precies daar gaat het vaak mis.

Wat is eigenlijk het doel van een ademtrainer of puffer?

Een belangrijk onderscheid dat zelden expliciet wordt gemaakt, is het verschil tussen dagelijks ademgedrag en gerichte interventies zoals training of medicatietoediening.

Een ademspiertrainer is geen hulpmiddel om je leefstijlademhaling te bepalen. Het is een trainingsinstrument. Net zoals een halter in de sportschool geen weerspiegeling is van hoe je in het dagelijks leven beweegt.

Het doel van ademspiertraining is niet "mooi" of "rustig" ademen, maar:

  • het versterken van de ademhalingsspieren

  • het vergroten van belastbaarheid

  • het verbeteren van controle en kracht

En om dát goed te kunnen trainen, stelt de fysiologie andere eisen dan bij rustige neusademhaling.

Waarom de mond logisch is bij ademspiertraining

Ademspiertraining draait om weerstand. Je wilt een prikkel geven die sterk genoeg is om de spieren te laten aanpassen. Daarvoor moet die weerstand betrouwbaar, doseerbaar en herhaalbaar zijn.

De mond leent zich daar uitstekend voor. Via de mond kan een apparaat de luchtstroom beter controleren en de trainingsbelasting nauwkeuriger instellen. Dat maakt het mogelijk om progressie op te bouwen en effect te meten.

De neus is in dat opzicht veel minder voorspelbaar. De doorgankelijkheid wisselt continu, vaak zonder dat we het merken. Verkoudheid, allergieën, temperatuur of simpelweg de natuurlijke neuscyclus kunnen de weerstand sterk beïnvloeden. Daardoor zou bij training niet de spier, maar de neus de beperkende factor worden.

Met andere woorden: bij ademspiertraining wil je dat de spieren falen, niet de luchtweg.

Hogere ventilatie vraagt soms om een andere route

Er speelt nog iets mee. Door de mond kun je simpelweg grotere luchtvolumes en hogere flows genereren. Dat is essentieel als je de ademhalingsspieren echt wilt uitdagen.

Vergelijk het met krachttraining: een spier wordt sterker door voldoende belasting. Als de ademhaling te snel begrensd wordt door de neus, blijft de trainingsprikkel te laag om effectief te zijn.

Dat betekent niet dat neusademhaling "zwak" is, maar dat zij in deze context een andere functie heeft.

Veiligheid en betrouwbaarheid bij benauwdheid

Bij mensen met ademhalingsproblemen — zoals astma, COPD of langdurige benauwdheid na ziekte — speelt ook veiligheid een rol. In situaties van stress of kortademigheid is snelle en betrouwbare luchttoevoer essentieel.

Mondademhaling is dan vaak minder kwetsbaar voor blokkades en makkelijker vol te houden. Dat maakt het logisch dat veel medische hulpmiddelen daarop zijn afgestemd.

En waarom puffers via de mond werken

Bij inhalatiemedicatie is de reden nog directer. Medicatie uit een puffer moet diep in de longen terechtkomen, in een zo voorspelbaar mogelijke dosering.

Als je dezelfde medicatie via de neus zou inademen, blijft een groot deel hangen in de neusholte. Dat vermindert de effectiviteit en maakt de dosering onbetrouwbaar. Daarom zijn puffers en spacers ontworpen voor orale inhalatie, met duidelijke instructies over timing en ademflow.

Ook hier geldt: het gaat niet om "hoe je altijd moet ademen", maar om wat op dat moment het beste werkt.

Waar de verwarring ontstaat

De echte verwarring ontstaat wanneer training en dagelijks leven door elkaar worden gehaald.

Sommige mensen trekken onbewust de conclusie:

"Als mijn ademtrainer via de mond werkt, dan is mondademhaling blijkbaar beter."

Dat is vergelijkbaar met denken dat je de hele dag moet lopen zoals je in de sportschool squat. Training is tijdelijk, doelgericht en vaak extremer dan wat je in het dagelijks leven nodig hebt.

Kracht trainen, daarna verfijnen

Een logische volgorde is daarom vaak:

  1. Eerst de ademspieren versterken met gerichte training

  2. Daarna die capaciteit toepassen in rustiger, efficiënter ademgedrag

In die tweede stap speelt neusademhaling juist weer een belangrijke rol. De extra kracht en controle maken het makkelijker om rustiger te ademen, ook onder belasting.

En bij sport?

Ook bij sport zie je dit principe terug. Bij lage tot matige intensiteit kan neusademhaling efficiënter zijn en bijdragen aan rust en controle. Maar naarmate de intensiteit stijgt, wordt de behoefte aan ventilatie groter en schakelen veel mensen vanzelf over op mond- of oronasale ademhaling.

Dat is geen fout en geen slechte techniek, maar een normale fysiologische reactie.

Dus: is mondademhaling slecht?

Nee. Mondademhaling is niet slecht — het is contextafhankelijk.

Problemen ontstaan vooral wanneer mondademhaling:

  • chronisch en onbewust wordt

  • de enige beschikbare strategie is

  • niet wordt afgewisseld met rust en herstel

Goede ademzorg gaat niet over "neus versus mond", maar over wanneer welke route functioneel is.

Tot slot

Dat ademtrainers en puffers via de mond werken is geen tegenstrijdigheid, maar een logisch gevolg van hun doel: trainen, doseren en ondersteunen waar nodig.

Neusademhaling blijft waardevol en vaak wenselijk —
maar niet elk doel vraagt dezelfde ademweg.